Terug naar Uruzgan     Home

 
De eenheid 2.5 was het organieke 2de peloton van de Charlie Compagnie van het 45e, waaronder een mortier groep. Ook de 20W groep was aanwezig bij deze TIC (Troops In Contact) en hebben zich tijdens deze TIC erg verdienstelijk gemaakt ten behoeve van het 2e peloton.

2-0 W was de voorwaartse waarnemer en zijn groep. Zij waren officieel de waarneemgroep van de Charlie compagnie en zijn ook uitgezonden geweest. Normaliter staan zij onder compagnies bevel, maar tijdens de uitzending werden ze steeds onder bevel gezet bij een peloton wat de poort uitging. Deze patrouille waren zij bij eenheid 2.5 onder bevel gezet.

Onderstaand verslag van één van de TIC's uit de Defensiekrant nr. 41 van 27 november 2008.

 

ONDER VUUR

'WE HEBBEN MOETEN VECHTEN ALS LEEUWEN'

ONDER VUUR

Foto's boven en onder: Voetpatroeille van eenheid 2.5 in westelijk deel van Mirabad

MIRABAD - Begin september was het raak voor de militairen van eenheid 2.5 van de Battle group. Wat sporadisch gebeurt, overkwam hen. Vijandelijke strijders die plotseling het vuur op ze openden. Niet op afstand, maar van heel dichtbij. Niet lukraak, maar heel gericht. Alleen dankzij de goed uitgevoerde skills en drills en een portie geluk bleef het bij twee gewonden.

TEKST: ELNT RENÉ BOUWHUIS
FOTO’S: SERGEANT DAVE DE VAAL - AVDD

Het was rond het middaguur toen de voetpatrouille de Afghaanse politiepost Djagga in Sar Regin achter zich liet. De militairen hadden zojuist kennisgemaakt met de nieuwe politiecommandant en liepen terug naar de overwatch, een hoger gelegen positie vanwaar hun

 

trokken Geerlof en de gewonde achter de anderen langs. Geerlof sneed de uitrusting van zijn collega los, terwijl ze zich al zwemmend en tijgerend verplaatsten. “Ik kon hem niet dragen, want dan waren we uit dekking en hadden we allebei gaten in ons lichaam.”
Toen iedereen weer bij elkaar was, nog steeds achter het muurtje, en nog steeds met een regen van lood over zich heen, deelden ze vooral met de 40 mm granaatwerper onder hun geweren rake klappen uit. Toch wist de tegenstander tijdens het tweeënhalf uur durende gevecht tot

 

moesten voorbereiden op man tegen man gevechten. Dat is wat je normaal in films ziet, maar op dat ogenblik maakten we het echt mee. Een kritiek moment.”
Maar ook het moment waarop er twee reddende engelen in de lucht verschenen. Geerlof: “Toen de Apaches overkwamen, was dat echt een mooi gevoel.”
De 30 mm granaten van de boordkanonnen spatten op dertig meter afstand van de eigen troepen in de grond. “Hoewel de projectielen steeds dichter naderden, was het een bevrijding.

 
collega’s de omgeving in de gaten hielden. De patrouille ging door de green, een gebied waar bomen en maïsvelden zich tegoed doen aan het water van de langsstromende Teri Rud rivier. Ze keerden niet in een rechte lijn terug, want pelotonscommandant eerste luitenant Jinze wilde een mogelijke opstelling voor de nacht verkennen. Ze waren er bijna toen de waarnemer meldde dat er gekke dingen aan de hand waren. “Vrouwen en kinderen verlaten het gebied. Ongesluierd”, voegde hij eraan toe, om aan te geven dat ze halsoverkop hun huizen hadden verlaten. Eén van hen, ze was ongeveer twintig jaar, deed zelfs geen moeite de militairen te mijden en sprak ze aan via de tolk. Ze liet   dichtbij te naderen. Zo nabij - de geschatte afstand tussen beide partijen bedroeg 25 tot 30 meter - dat de mannen overgingen tot het gooien van verdedigings-handgranaten. Op dat moment kregen ze te horen dat de Apaches onderweg waren, maar nog zo’n twintig minuten op zich lieten wachten. Voor Geerlof was dat zijn eerste knakmoment. “Toen we ook nog te horen kregen dat de overwatch onder vuur lag, kwam het volgende. Het was de enige plek waar we nog op terug konden vallen.”

FLUITENDE KOGELS
Op de overwatch bevond zich ook soldaat -1Thijs. Door zijn verrekijker had hij het gevecht zien
 


Luitenant Jinze houdt via de radio contact met zijn groep.

 
weten bang te zijn. Waarvoor was niet duidelijk. Even later zag de groep langs de velden schoppen en schoffels liggen. Maar geen boer in de buurt en ook het gebruikelijke hondengeblaf bleef achterwege. De eerste tekenen van een op handen zijnde overval; iets waar ze pas later bij stilstonden. Hoe dan ook besloot Jinze de OPS-room in Tarin Kowt te waarschuwen, de Apaches alvast op pad te laten sturen en naar de overwatch terug te keren. Toen de groep doorliep, zagen ze mannen van de velden wegrennen.

TIJGEREND VOORUIT
Soldaat-1 Geerlof dacht nog bij zichzelf: Afghanen rennen toch bijna nooit? En: het gebeurt toch niet, dit is een oefening of zo. “Tot degene voor mij ineens een AK-47 in hun handen zag. Hij had het nog niet gezegd, of we kregen gelijk overal vuur om ons heen. Achter mij hoorde ik schreeuwen: ‘Ik ben geraakt’. Ik keek om, zag het slachtoffer achter een muurtje wegduiken en dook er achteraan, zo de plomp in. De rest van de groep lag daar al.”
De gewonde had een schot in zijn bovenbeen en Geerlof, opgeleid tot combat life saver, bood meteen hulp. Hij zag een grote uitschotwond en veel bloed. Althans, zo leek het, doordat het water van het kanaal dezelfde kleur aannam. Geerlof knelde het lichaamsdeel af met knevels om de bloeding te stoppen. Het muurtje waar ze achter lagen, was niet al te hoog. Terwijl ze kogels en granaten over zich heen kregen, vuurden de mannen, op hun rug en half onder water, terug. Enkele natte wapens haperden. Geerlof: “Ik heb een paar keer gedacht: ik ga dood. Iedereen verlangt op dat moment van jou dat je die vent helpt en weg krijgt.”
Zo goed en zo kwaad als het ging,
 

ontstaan. “Op een gegeven moment kwam overal vuur en rook vandaan. Ik sprong direct de toren van de YPR in en schoot met het boordwapen op het mondingsvuur van de AK-47’s en de 107 mm raketten.”
Na één minuut werd ook de overwatch zelf onder schot genomen met geweervuur, granaten, raketten en mortieren. “Als je kogels hoort fluiten, weet je dat je zelf onder vuur ligt. Rondom zag je gaten in de voertuigen ontstaan en steentjes opspatten. Op een gegeven moment voelde ik wat warms in mijn nek, maar met mijn hand kon ik geen bloed ontdekken.”
Achteraf bleek het gruis te zijn van de plaat achter Thijs. Er zat een kogelgat in. Ook de waarnemers, die de 81 mm mortieren en Apaches op het doel praatten, lagen onder vuur. Daardoor konden ze maar moeilijk steun leveren aan de eenheid in het voorterrein. Jinze:
“Hoewel ze gericht beschoten werden, wist een waarnemer op zijn rug vanonder een Mercedes Benz toch het vuur te leiden. Ik kon echter niet de juiste coör dinaten doorgeven doordat de GPS-systemen onder water waren geraakt en niet meer leesbaar. Ook de radio’s waren nat geworden, wat de communicatie en plaatsbepaling bemoeilijkte. Daardoor moest iedereen schreeuwen om zich verstaanbaar te maken. Toch wist die waarnemer de granaten op de juiste plek te krijgen.”
Op het moment dat de mortieren hun doel raakten, werd het even rustiger. Maar niet voor lang. Al snel zette de groep in het voorterrein weer al zijn middelen in. Jinze: “We moesten vechten als leeuwen.”
Toen de druk bleef toenemen en de hoeveelheid munitie slonk, nam de luitenant een moeilijk besluit: “Ik vertelde de mannen dat ze zich

  Toen het even rustig werd, zijn we het maïs ingedoken.”
“Aan de rand van de green wachtte de YPR op de gewonde en wij zijn er à la Blackhawk Down’ achteraan gelopen”, vertelt Jinze. Terug op de overwatch begon iedereen zijn verhaal te doen en werden de wapens, die aardig waren leeggeschoten, opgetopt. Niet voor niets, want tien minuten later hoorden ze de zweepslag van een geweerschot. Een tweede kogel schampte één van de hoofden. Thijs zat nog in de waarneming en gaf direct een salvo af op de vuurmond die hij zag. “Ook de Apaches, die zich op afstand ophielden, kwamen weer terug, maar zij zagen niets.”
Geerlof, die op zijn veldbedje de film van de afgelopen uren nog eens afspeelde, dook samen met vijf anderen meteen de YPR in. “Ik dacht: laat de boordschutter het maar voor zijn rekening nemen. Ik ga hier niet de held spelen.”
Vanuit Kamp Holland kwam de opdracht om af te breken en de Quick Reaction Force, die onderweg was, tegemoet te gaan. Toen ze wegreden, werd er nog een keer op ze gevuurd. Vanuit de voertuigen schoten ze terug, waarbij een 40 mm granaat op de plek belandde waarvandaan gevuurd werd: voltreffer.
Pas toen alles voorbij was, begon het echt tot de mannen door te dringen. Thijs: “Je bent meer bezig om vuur uit te brengen en dingen te doen. Pas daarna ga je nadenken. De dag dat we terugkwamen, was iedereen wel iets hechter. Het was een hele ervaring, maar het hoeft van mij niet nog een keer.”
Datzelfde geldt voor Geerlof. “Ik had het flink benauwd die paar uren. Maar het is wel goed om te zien dat waar je een paar jaar voor geoefend hebt, ook werkt. Daar hou ik wel een positief gevoel aan over.”
 
 

 

Bron: Defensiekrant nr 41 vn 27-11-2008

 

Top