Terug naar Ermelo     Home

 

'Het gaat niet om de kleur van de baret, maar om de vent die daar onder zit.'

 
Luitenant-kolonel Frank Overdiek (45) is sinds 6 november de nieuwe commandant van 45 Pantserinfanteriebataljon. De voormalige cavalerist kijkt uit naar zijn periode bij de infanterie. 'Commandantenfuncties zijn altijd leuk.'
 

 
Hoe is uw carrière verlopen en wat waren de hoogtepunten?
"Ik ben mijn loopbaan begonnen bij de cavalerieverkenning, bij het vroegere 103 en vervolgens 104 Verkenningsbataljon, waar ik diverse commandantenfuncties heb vervuld.
Na afronding van de Hogere Defensievorming heb ik onder meer een aantal jaar bij de Landmachtstaf gewerkt. Daar stond ik in de functie van behoeftesteller aan de basis van de aanschaf van de CV90, het nieuwe infanteriegevechtsvoertuig. Dat maakt het extra leuk dat ik dat voertuig bij dit bataljon straks zie instromen. In 2003 - 2004 heb ik gediend in Irak en in 2006 was ik chef-staf bij de Deployment Taskforce (DTF) in Afghanistan. Hoewel commandanten functies altijd leuk zijn, vond ik mijn tijd als eskadronscommandant één van de hoogtepunten. Je staat dichter bij de mannen en je ziet meteen resultaat van je werk."

Welke eigenschappen weet u in een militair te waarderen?
"Als ik kijk naar mijzelf dan vind ik het belangrijk dat iedereen bij het besluitvormingsproces wordt betrokken. Mensen moeten de ruimte krijgen om hun standpunt duidelijk te maken. Je moet niet op de stoel van anderen gaan zitten. Daarnaast is belangrijk dat een militair kan handelen binnen een oogmerk èn dat hij of zij zelfstandig kan handelen. En uiteraard is een professionele werkhouding ook een zeer belangrijke eigenschap die elke militair moet bezitten. Daar horen ook de begrippen discipline en verantwoordelijkheid bij. Het gaat in dit beroep namelijk soms over leven en dood. Verder is kameraadschap een onontbeerlijke eigenschap."

Wat was uw reactie toen u hoorde dat u deze functie kreeg?
"Uiteraard was ik heel blij. Het is namelijk een ontzettend mooie functie om als commandant dit bataljon te mogen leiden. Bij de cavalerie is het heel moeilijk om op dit soort functies te komen, aangezien er niet meer zoveel Tankbataljons bestaan."

Is het raar om als opgekomen cavalerist nu een bataljon infanteristen te leiden?
"Dat valt wel mee. Het gaat immers niet om de kleur van de baret, maar om de vent die daar onder zit. En het scheelt dat ik enige ervaring heb vanwege mijn tijd bij de cavalerieverkenning. Dat komt enigszins in de buurt van het infanterieoptreden. Zo ben ik bijvoorbeeld bekend met de verschillende wapensystemen. Dat houdt overigens niet in dat ik hier niets meer hoef te Ieren. En daarbij hoef ik ook niet de beste infanterist te zijn. Dat zijn namelijk de personen die in het veld zitten. Als commandant moet ik de randvoorwaarden scheppen dat zij over het beste materieel en over de beste trainingen kunnen beschikken."

Wat staat u en het bataljon de komende tijd te wachten?
"De komende periode staat in het teken van de instroom van nieuw materieel, zoals de CV90, en de invoering van het Battlefield Management System. Dat houdt overigens niet in dat de tent hier voor onbepaalde tijd wordt gesloten. De pelotons blijven gewoon door trainen en diverse pelotons zullen hun bijdrage blijven leveren aan de missie in Afghanistan. En alle drie de compagnieën zuilen bovendien om beurten voor langere tijd op Curaçao verblijven. Een ander belangrijk doel voor de komende periode is het behoud van een blijvend goede nazorg. Mensen die het grootste offer hebben gebracht en blijvend gewond of gesneuveld zijn, moeten een vaste plek krijgen binnen het Regiment Infanterie Oranje Gelderland. Dit is een bataljon met veel littekens, niet alleen letterlijk, maar ook geestelijk. Daarom moeten we alert blijven om er voor die collega's te zijn wanneer ze dat nodig hebben."

Bron: Bizon nummer 8-2008

 

Top